Door de gangen van De Biotoop in Haren – de voormalige laboratorium- en onderwijscomplexen die zijn uitgegroeid tot een creatieve broedplaats – klinkt het zacht zoemen van computers, koffiemachines, het geritsel van schetsrollen en zelfs de klanken van een piano. Hier, tussen kunstenaars, muzikanten, microbrouwers en ontwerpers, werkt het team van LAOS, bureau voor landschapsarchitectuur en stedenbouw, aan een van de urgentste opgaven van deze tijd: het vormgeven van een leefomgeving die toekomstbestendig, gezond én herkenbaar is.
Het bureau, opgericht door landschapsarchitect Mathijs Dijkstra, telt inmiddels twintig medewerkers en breidt binnenkort uit met een tweede locatie in Utrecht. Toch blijft het kloppend hart in het Noorden. “Dat is ook logisch,” zegt Dijkstra. “Wij werken altijd vanuit de bestaande context: het landschap, de geschiedenis, de identiteit van een plek. Hier in het Noorden voel je die gelaagdheid elke dag.”

Dijkstra, opgeleid in Wageningen, begon het bureau ooit alleen. Maar al snel werd duidelijk dat hij een team nodig had dat even breed denkt als het landschap zelf. Inmiddels bestaat LAOS bewust uit een evenwichtige mix van stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten met opleidingen uit Delft, Antwerpen, Leuven, Wageningen en elders.
Die brede samenstelling is geen toevalligheid, zegt stedenbouwkundige Alaleh Kouhkan, die in Iran, België en Nederland werkte voor ze bij LAOS neerstreek.
“Iedereen kijkt vanuit zijn eigen achtergrond naar een plek,” zegt ze. “Dat verrijkt ons werk. Maar we delen een overtuiging: je ontwerpt nooit vanuit een tabula rasa. Altijd vanuit wat er al is.”
Het is een filosofie die diep verweven is met het werk van het bureau. Zowel in kleine projecten – een park, een dorpsplein – als in grote, regionale visies voor onder meer het Lauwersmeer, het Hunzedal en het Noord-Nederlandse watersysteem.

De opgaven waarmee LAOS werkt zijn groot: klimaatadaptatie, droogte, verzilting, biodiversiteit, gezondheid, woningbouw, mobiliteit. Juist daarom probeert het bureau te ontwerpen vanuit eenvoud.
“De buitenwereld is al complex genoeg,” zegt Dijkstra. “Onze ontwerpen moeten helder zijn, vanzelfsprekend bijna. Maar wel met iets dat triggert, waardoor je anders naar je omgeving gaat kijken. Een ontwerp moet rust geven, maar ook nieuwsgierigheid.”
Die balans – rust én spanning – is een rode draad in hun werk. In Park Meerstad ontwikkelden ze bijvoorbeeld een parklandschap dat door de seizoenen en de jaren heen steeds subtiel verandert, met verschillende biotopen die samen één geheel vormen. “Het moet elke keer iets nieuws laten zien, zonder dat het schreeuwerig wordt,” aldus Dijkstra.
Kouhkan verwoordt het bondig: “Je moet altijd uitzoomen. Klopt het in het grotere geheel? Sluit het aan op de identiteit van de streek? Dat geldt net zo goed voor een wijk als voor een regionaal landschap.”
Vaak betekent dat opruimen in plaats van toevoegen. “Veel plekken zijn in de loop der decennia dichtgeslibd,” zegt Dijkstra. “Dan halen we juist dingen weg, zodat de oorspronkelijke kwaliteit weer zichtbaar wordt.” De gebiedsbiografie die LAOS samen met historica Marinke Steenhuis maakte voor de Eemsdelta is een voorbeeld: een verhaal dat niet alleen het verleden blootlegt, maar richting geeft aan toekomstige keuzes. “Veranderen hoeft niet identiteitsloos te zijn,” zegt Kouhkan. “Juist niet.”
In een tijd waarin de ruimte schaars is en belangen botsen – tussen boeren en natuur, tussen bewoners en bestuurders, tussen economie en ecologie – ziet LAOS een belangrijke rol voor ontwerp als gesprekstaal.
“Ontwerpen is niet alleen het maken van mooie dingen,” zegt Dijkstra. “Het is een middel om mensen te aligneren, om emoties en belangen op tafel te krijgen. Om vertrouwen te bouwen.”
Dat leerde het bureau onder meer in het complexe dossier van het Lauwersmeer, waar het gesprek gaat over verzilting, natuur, landbouw en waterveiligheid.
Dijkstra: “Je moet beginnen met begrijpen waarom iemand iets wil. Pas dan kun je werken aan een langetermijnperspectief.”
Die methodiek – ateliers met stakeholders, het ophalen van verhalen, het visualiseren van alternatieven – blijkt schaalonafhankelijk: van dorpsplein tot regionale visie.
LAOS staat bekend om zijn esthetiek, maar evenzeer om zijn praktische blik. Het bureau betrekt daarom in vrijwel elk project onderhoudsteams al in de eerste ontwerpfase.
“Beheer wordt vaak onderschat,” zegt Dijkstra. “Maar als iets niet kan worden onderhouden, werkt het ontwerp niet.”
Dijkstra vult aan: “Je moet realistisch zijn. Wat kan een gemeente aan? Hoe werkt iemand met een trekker of maaier? Je moet uitleggen waarom iets belangrijk is en tegelijk hun vak serieus nemen.”
Het ontwerp voor de inrichting van de buitenruimte van het beleveniscentrum (WEC) Wereld Erfgoed Waddenzee, ontworpen door de internationaal befaamde Deense architect Dorte Mandrup, illustreert dat. Vanwege beperkt budget koos LAOS voor een circulaire buitenruimte met tweedehands keitjes, oude meerpalen en materiaal van zeeafval. Zoutminnende planten kunnen af en toe onderlopen. Het ontwerp werd betaalbaar én robuuster – en is inmiddels een geliefde plek.
Veel ontwerpers leveren een plan op en gaan door. LAOS niet. “We komen vaak terug,” zegt Dijkstra. Niet om streng te zijn, maar om te leren: werkt het zoals bedoeld? Groeit het? Verandert het op een manier die je niet had voorzien?
Kouhkan: “Een ontwerp leeft. Dat is het mooie aan ons vak. En soms denk je achteraf: dat zouden we nu anders doen. Dat hoort erbij.”
Dat LAOS juist nu de stap naar Utrecht zet, komt niet uit opportunisme, maar uit noodzaak, vertelt Dijkstra.
“Binnen onze werkwijze is het belangrijk dat we dicht bij de projecten staan. We realiseren al mooie projecten in het noorden van het land en nu hebben we ook een team dat gevestigd in het midden en zuiden. Een deel van het team zal voor beide vestigingen werken. Er zal een basisteam zitten in Groningen en een basisteam in Utrecht. Onze signatuur, de verfijnde nuchterheid, die blijft.”
De tijd werkt LAOS in de kaart. Gemeenten en provincies beseffen steeds vaker dat de grote opgaven alleen opgelost kunnen worden als het landschap leidend is.
“Dat is precies wat wij al jaren zeggen,” aldus Dijkstra. “Eerst het landschap, dan het bouwen. Eerst het watersysteem, dan de wijk. Eerst de identiteit, dan het ontwerp.” Het is een benadering die past bij het bureau én bij de grote transitie die Nederland te wachten staat.
Landschapsarchitectuur is een vak van geduld. “De grote veranderingen in het watersysteem of in veengebieden duren decennia,” zegt Dijkstra. “Maar uiteindelijk zie je dat al die kleine ingrepen samen het verschil maken.”
Wanneer hij door het Noorden rijdt, ziet hij soms plekken waar hij en zijn team de afgelopen twintig jaar aan hebben meegebouwd. “Je voelt dan even: hé, hier hebben we iets betekend. Klein, maar toch,” zegt hij. “En dat is genoeg. Het landschap is nooit af. En dat hoort ook zo.”
Nu LAOS ook vanuit Utrecht werkt, zal het bureau zich dus niet anders gedragen: nog steeds geworteld in het landschap, nog steeds gericht op verbinding, nog steeds op zoek naar eenvoud in complexiteit. Maar wel klaar om méér plekken in Nederland te laten zien dat ontwerp – mits goed toegepast – het verschil kan maken tussen toevallig mooi en wezenlijk beter.