Platform voor de tuin- en groenprofessional
‘We zijn de plantenkennis kwijtgeraakt’
Aan het werk in de tuin van het Rijksmuseum.

‘We zijn de plantenkennis kwijtgeraakt’

Interview met beplantingsontwerper Sanne Horn (Rijksmuseumtuin)

Greenpro sprak Greenpro uitgebreid met beplantingsontwerper Sanne Horn. In de Rijksmuseumtuin leidt zij in samenwerking met de gemeente Amsterdam een bijzonder opleidingsprogramma dat moet laten zien wat écht vakmanschap in groenbeheer vraagt. “Iedereen roept dat er meer groen moet komen, maar bijna niemand weet wie het beheer van de beplanting doet of wat dat werk eigenlijk inhoudt.”

‘We zijn de plantenkennis kwijtgeraakt’ 1

Je hebt een kunstacademie-achtergrond. Hoe raak je dan verzeild in het groen?

“Ik heb schilderen gestudeerd. Maar ik wilde met mijn materiaal werken zoals een kunstenaar dat doet, en mijn materiaal werd de plant. Daarom ben ik na de kunstacademie een hoveniersopleiding gaan doen. Het buiten zijn, het maaien, zagen, tractor rijden: heerlijk. Alleen… over beplanting leerde je bijna niks. Dat vond ik opvallend”

Je merkte dus al vroeg dat plantenkennis in het vak ontbrak?

“Overal. Bij hoveniers, bij ontwerpers, bij opleidingen en studenten. In de praktijk heb ik ook ervaren dat ontwerpers en beheerders nauwelijks dezelfde taal spreken. Ontwerpers komen nauwelijks buiten. De beplantingsplannen die gemaakt worden bevatten weinig bruikbare informatie voor het beheer. Hoveniers hebben vaak te weinig kennis van beplanting en worden niet getraind in het lezen van beplantingsplannen. Terwijl beplanting iets is wat je moet voelen, zien, snappen.”

Hoe kwam je bij het Rijksmuseum terecht?

“Copijn deed de ruimtelijke herinrichting van de tuin, gebaseerd op het oorspronkelijke ontwerp van Cuypers, de architect van het Rijksmuseum. Ik mocht het beplantingsplan maken. Toen ik later voor mezelf begon, kon ik het werk voor het Rijksmuseum gelukkig houden. Dat is inmiddels tien jaar geleden.”

En toen ontstond het idee voor een opleiding?

“We zagen dat de plantenkennis bij hoveniers dramatisch was teruggelopen. Er waren nog een paar oudere tuinders die hier in de tuin met veel liefde werkten, maar Het grootste gedeelte van de nieuwe generatie hoveniers houdt vooral van grasmaaien en hagen snoeien, maar weet weinig over planten en natuurlijke processen. Werken met beplanting, denken vanuit de plant en hoe de mens zich verhoudt tot de natuur: dat leer je bijna nergens meer. Er zijn wel opleidingen voor ecologisch beheer, maar deze hoveniers komen niet bij de grote bedrijven, die nu het onderhoud doen in het openbare groen, terecht. Een donateur met hart voor tuinen stelde daarop geld beschikbaar om een opleiding op te zetten.”

‘We zijn de plantenkennis kwijtgeraakt’ 4
Krijgen les in bodemkunde.

Wie wilden jullie opleiden?

“We begonnen met een stage traject voor MBO, in samenwerking met Yuverta (MBO groenopleiding). Het Rijksmuseum doet veel voor het MBO onderwijs, onder de bezielende leiding van Merel Brugman, educator MBO. Via Yuverta werd ik in contact gebracht met de praktijkdocent Jurjen Hoogervorst. Met hem geef ik nu de lessen, een gouden duo.

“Helaas waren er weinig leerlingen van Yuverta geïnteresseerd in de stage. De leerlingen willen vooral schuttingen bouwen en met machines werken.Daarom hebben we de groep aangevuld met zij-instromers en is het uitgegroeid tot een opleiding. In het kader van 750 jaar Amsterdam zijn we een samenwerking aangegaan met de gemeente Amsterdam. Ook hier is het gebrek aan instroom van jongeren een probleem. Nu komen er elke dinsdag tien mensen: hoveniers, maar ook zij-instromers, en zelfs afgestuurde landschapsarchitecten. Vooral die laatste groep is vaak heel gemotiveerd, ze merken dat ze van achter hun bureau te te weinig kennis hebben van de praktijk.”

Wat leren ze precies?

“Dat ontwerp en beheer niet te scheiden zijn. Als je iets van de natuur wilt, moet je ervoor zorgen. We werken een jaar lang: een ochtend theorie (onder andere plantbiologie, bodemleven, snoeien, beplantingsplannen), ’s middags de tuin of de stad in. En we stellen bij alles de ‘waarom’-vraag en kijken altijd naar de uitgangspunten. Waarom is voor deze beplanting gekozen en wat is het streefbeeld? Alleen zo kan je de dynamiek in de beplanting begeleiden. Waarom snoei je eigenlijk? Mensen gaan vaak op de automatische piloot. Maar beheer is altijd een keuze, het ligt eraan wat het uitgangspunt is. Daarnaast zijn de beeldbestekken die gehanteerd worden niet meer van deze tijd, Daar staat niets in over de uitgangspunten van een plek of over biodiversiteit.”

‘We zijn de plantenkennis kwijtgeraakt’ 5
Ze leren kijken.

Je bent kritisch op de rol van aannemers in het groenbeheer. Waarom?

“In Amsterdam wordt 80 procent van het groen door aannemers gedaan. Die vakken zijn na drie jaar nazorg vaak al volledig verwaarloosd. Dan gaan ze naar renovatievakken, worden opnieuw ontworpen. Dat kost gigantisch veel geld. Iedereen denkt dat aannemers goedkoop zijn, maar niemand rekent door wat slechte kwaliteit kost.”

“Los van de opleiding ben ik bezig met het opzetten van een experiment in samenwerking met Sylvain Scheers, Afdelingsmanager (Hoofd) Groen, Flora en Fauna van de gemeente Amsterdam. De laatste jaren zijn veel groene plekken aangelegd in hoogstedelijk gebied. Plekken die veel effect hebben op de omgeving maar tegelijkertijd kwetsbaar zijn door de vele voetgangers, verkeer en vervuiling. Deze plekken worden op dit moment door de grote groenaannemers onderhouden. In de praktijk is gebleken dat het onderhoud door groenaannemers niet voldoet. Kennis en kunde over beplanting en biodiversiteit ontbreekt door gebrek aan geschoold personeel. Plantvakken raken verwaarloosd of beschadigd door overmatig schoffelen. Het groen moet vervolgens opnieuw worden ontworpen en aangelegd. Dit kost veel geld en is niet duurzaam. Een bestaand systeem kan alleen worden omgevormd als er een concreet alternatief is met een bijbehorend kostenplaatje. Met dit experiment willen wij hierin voorzien.

We willen zeven kwetsbare, beeldbepalende locaties in Oost en Centrum uit de aannemerscontracten halen en laten onderhouden door goed opgeleide eigen mensen. En met monitoring: de kwaliteit van de beplanting, de hoeveelheid werk, het contact met bewoners en het werkplezier. We moeten simpelweg bewijzen dat vakmanschap loont.”

Hoe heeft het zover kunnen komen dat plantenkennis zo verdwenen is?

“Vroeger had je de tuinbaas: ontwerper en beheerder in één. Met de komst van het openbare groen werden stadkwekerijen en plantsoendiensten opgezet, in dienst van de gemeente. Vanwege de grootschalige plattelandsontwikkelingen na de Tweede Wereldoorlog, de aanleg van polders en de opkomst van natuur- en erfgoedbescherming werd in 1948 in Wageningen de opleiding landschapsarchitectuur opgericht, maar beplanting is hier geen onderdeel van het lesprogramma. Larenstein is een restant van de tuinbouwschool maar is zich steeds minder op plantkennis en buiten werken gaan richten. Door het uitbesteden van hovenierswerk, werken met reclassering en het afstoten van eigen medewerkers, is het werken met beplanting steeds meer in het slop geraakt. Wie wil er nu nog in het openbaar groen werken. Groen is daarvan de dupe.”

Tegelijkertijd staat beplanting door het klimaatvraagstuk weer in de belangstelling.

“Zeker. Beplanting kan zoveel problemen oplossen. Maar dan krijg je weer de discussie ‘ecologisch’ tegenover ‘niet-ecologisch’. Terwijl elke plant een wonder is. Het gaat om zorg en aandacht. Juist die interactie tussen mens en natuur is heel belangrijk. Zo leer je planten kennen.”

Hoe krijg je jongeren weer het vak in?

“Door het vak aantrekkelijker, hipper te maken. Door te laten zien dat het gaat om vakmanschap, kijken, voelen, maken. Er is al een tendens zichtbaar dat jongeren zich interesseren voor ambachten, zoals brood bakken of bier brouwen, voedsel verbouwen. Dat niet iedereen gelukkig wordt achter de computer. Als er een lichte cultuuromslag kan komen bij Stadswerken (groenbeheer Amsterdam) en het imago verbetert dan weet ik zeker dat veel mensen willen werken bij het openbaar groen.De tuin van het Rijksmuseum helpt, dat is een visitekaartje. Mensen vinden het prachtig om hier te werken.”

Hoe ziet de opleiding er praktisch uit?

“Een jaar lang, elke dinsdag. Tien deelnemers. Theorie, projecten bezoeken, werken in de Rijksmuseumtuin en in het openbaar groen. We hebben fantastische gastdocenten. En mensen krijgen een certificaat. Een formeel diploma is het niet, maar de waarde zit in de praktijk.”

Is de opleiding toekomstbestendig?

“Dat is spannend. We zijn volledig afhankelijk van één donateur. De opleiding zou zomaar kunnen stoppen. Daarom is het experiment in Amsterdam, dat is goedgekeurd en in januari gaat starten, heel belangrijk. Met harde cijfers kun je bestuurlijk iets in beweging zetten.”

Wat hoop je dat er uiteindelijk verandert?

“Dat we inzien dat we beplanting niet gezond kunnen houden met alleen een bladblazer en schoffelen. Dat steden weer eigen, goed opgeleide mensen inzetten. En dat het hoveniersvak, het echte vak, weer waardering krijgt. Het is het mooiste vak dat er bestaat, waar kennis over de natuur en schoonheid samen gaan.”  

Gerelateerde artikelen

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Stuur ons een bericht

Wij gebruiken cookies. Daarmee analyseren we het gebruik van de website en verbeteren we het gebruiksgemak.

Details

Kunnen we je helpen met zoeken?

Bekijk alle resultaten