Bij Van Regteren Groenvoorzieningen begint veel werk nog altijd in de berm en langs de sloot. Daar ligt de oorsprong van het bedrijf en daar ligt volgens Herbert van Regteren nog steeds de basis. “Uiteindelijk is het bedrijf ontstaan uit berm- en slootonderhoud. Dat is voor ons echt het grootste. Daar doen we het eigenlijk het hele jaar voor.”
Toch is het groenbedrijf door de jaren heen veel breder geworden. Verkeersmaatregelen kwamen erbij, omdat die onlosmakelijk verbonden zijn met werken langs wegen. Winterdienst doet Van Regteren al sinds de jaren tachtig. Biomassa en bosbouwwerkzaamheden zorgen voor extra inzet in de koudere maanden. Maar de rode draad blijft hetzelfde: grootschalig, machinaal groenonderhoud in de openbare ruimte.
Dat werk is in de loop der jaren fors veranderd. Niet alleen door grotere machines en strengere eisen, maar vooral door schaalvergroting. Waar provinciaal werk vroeger in veel kleine percelen werd verdeeld, gaat het nu om enkele grote percelen. Gemeenten besteden niet langer een stukje werk uit, maar vaak meteen het onderhoud voor een heel gebied. “Het zijn veel grotere projecten geworden”, zegt Van Regteren. “En het gaat allemaal via aanbestedingen.”

Een van de grootste uitdagingen zit in de seizoensdruk. Door ander maaibeleid, ecologische voorschriften en het broedseizoen wordt er vóór de bouwvak minder gemaaid. Daardoor schuift veel werk naar de periode erna. “Je ziet dat wij steeds minder werk hebben voor de bouwvak en dat de piek alleen maar groter wordt na de bouwvak.”
Dat klinkt ecologisch logisch, maar in de praktijk is het volgens Van Regteren niet altijd de beste oplossing. Hij pleit niet voor simpelweg vaker maaien, maar wel voor beter spreiden. “Ik zou liever kijken hoe we die piek kunnen afvlakken, zodat we het werk over het hele jaar beter verdelen. Dan krijg je ook meer variatie in het beeld.”
Ook bij slootonderhoud ziet hij dat goedbedoeld beleid verkeerd kan uitpakken. Eén keer in de drie jaar maaien lijkt natuurvriendelijk, maar leidt er soms toe dat zwaar materieel nodig is om ingegroeide sloten weer open te krijgen. “Dan moet je met een bosklepel aan de gang. Dan maak je juist alles kapot. Maai gewoon één keer per jaar, dan houd je het gangbaar.”
In dat werk speelt het machinepark een bepalende rol. Van Regteren kiest bewust voor A-merken, waaronder Hitachi graafmachines, Fendt trekkers en Mercedes busjes. Niet uit merkentrouw alleen, maar vanuit betrouwbaarheid. “Als je goed materieel hebt, heb je minder uitval. En dus uiteindelijk ook minder uitstoot. Je kunt meer in één keer afwerken.”
Het bedrijf werkt met meerdere Hitachi-graafmachines: twee mobiele ZX150-7’s met Stage V-motor, een ZX130-rupskraan, een ZXUS met long front die is aangepast en verhoogd voor smalspoorwerk en een compacte ZXUSB85-6 binnendraaier. De machines worden breed ingezet: maaikorven, slootvuil ruimen, werken met sorteergrijpers, forrestcutters, bosklepelen en werk in watergangen.
De keuze voor Hitachi is praktisch. De machines bevallen, maar minstens zo belangrijk is de service. De vestiging in Hoogeveen zit dichtbij en de relatie met het serviceteam is goed. “We zijn niet van die lopers. Als je ergens goed zit en mensen staan voor je klaar, dan blijf je daarbij.”
Voor het groene werk worden machines vaak aangepast. Extra pompen zorgen voor voldoende hydraulische capaciteit. Gieken worden verlengd of draaibaar gemaakt. Lampen en kwetsbare delen worden afgeschermd. Veel kennis zit in de eigen werkplaats en bij de machinisten zelf. “We hebben zelf allemaal gedraaid. Dan weet je wat werkt en wat niet werkt.”
Minstens zo belangrijk als materieel zijn de mensen erop. Van Regteren ziet stages als een belangrijke bron van nieuwe medewerkers. Jaarlijks lopen er meerdere stagiairs mee. Een groot deel blijft uiteindelijk hangen. “Ik denk dat 60 tot 70 procent van de mensen die de laatste jaren bij ons zijn binnengekomen via een stageplek is gekomen. Dat laat zien hoeveel potentie er in goede begeleiding en opleiding zit. Doe je dat niet, dan moet je als bedrijf ook niet klagen dat er geen mensen te vinden zijn.”
De afwisseling helpt. Machinisten zitten niet het hele jaar op dezelfde machine. In rustige periodes doen ze onderhoud, rijden ze op tractoren of pakken ze ander werk op. Dat is nodig, want een kraan draait in dit type groenwerk geen 1.800 uur per jaar zoals in het grondverzet. Door broedseizoen en seizoenspieken blijft het vaak bij 1.200 tot 1.400 uur.
Elektrisch werken? Van Regteren is er niet tegen. Het bedrijf heeft elektrische bestelbussen, elektrisch handgereedschap en een elektrische zitmaaier. Maar bij kranen en tractoren is hij terughoudend. De accucapaciteit, laadinfrastructuur en netcongestie maken volledig elektrisch werken volgens hem nog lastig.
De grootste winst ligt volgens hem op korte termijn elders: versneld naar Stage V-machines en waar mogelijk HVO-brandstoffen gebruiken. “Dan kun je enorm veel winst boeken. Maar dan moet je ook nadenken over wat je doet met de oude machines. Alles daarna verschroten zou het beste zijn, want sls je die verkoopt, draaien ze ergens anders gewoon door.”
Zijn blik op de toekomst is nuchter, maar ondernemend. AI gebruikt hij al voor werkplannen, planning en ecologische protocollen. Het kantoorwerk wordt slimmer. Maar de man op de kraan? Die blijft. Want in het groen, zo laat Van Regteren zien, draait vooruitgang nog altijd om de combinatie van vakmanschap, gezond verstand en machines die tegen een stootje kunnen.