Platform voor de tuin- en groenprofessional
Van groene plannen naar groene praktijk in de bouw

Van groene plannen naar groene praktijk in de bouw

Nieuwe masterclass ‘Van vastgoed naar leefgoed’

Groene ambitie is er bij bouwprojecten genoeg, maar hoe zit het met de uitvoering? Te vaak blijkt het groen in de praktijk niet de kwaliteit te hebben die was ontworpen en afgesproken. De nieuwe masterclass ‘Van vastgoed naar leefgoed’ leert betrokkenen om de groene ambitie door het hele proces vast te houden.

“Steden zonder goed functionerend groen worden onleefbaar: te heet, te droog, te stenig. Maar plannen om de bebouwde omgeving op de juiste wijze te vergroenen, sneuvelen vaak in de praktijk doordat er te weinig expertise bij gehaald wordt”, zegt Frank Zoontjes van De Bloeimeesters. Samen met The Urban Jungle Project ontwikkelt hij een masterclass over hoe zorgvuldig om te gaan met groene plannen binnen projecten: ‘Van vastgoed naar leefgoed’. De masterclass wordt vormgegeven in samenwerking met Nico Tillie en Steffen Nijhuis (TU Delft), James Byng (Hortus Botanicus Delft), Anne Marie van der Weide (Mecanoo Architecten), Buddy Wijnands (CB5), Bart Mispelblom Beyer (TANGRAM Architekten) en Evelien de Mey (EDM tuin en landschap).

Struikelblokken

De motivatie voor het opzetten van de masterclass is dat groen noodzakelijk is, maar te vaak een ondergeschoven kindje wordt tijdens de realisatie van een project. “Tussen groene ambitie en de praktijk zitten talloze struikelblokken”, legt Daan Grasveld van The Urban Jungle Project uit. “Een belangrijk struikelblok is ambitie zonder fundering: de opdrachtgever wil iets met groen maar heeft er verder niet over nagedacht, dus er is geen realistische kostenraming, geen gefundeerde uitvraag, geen strategie voor de lange termijn. Daarnaast zijn er veel andere struikelblokken: deskundigen worden te laat in het proces ingeschakeld, in de loop van het project wordt er bezuinigd op het groen, of het groen wordt gebrekkig uitgevoerd.” Dat kan voorkomen worden als betrokken partijen een beter besef hebben van waarom groen zo belangrijk is. 

Integraal meenemen

“Groen is een middel en niet een doel op zich”, zo vat Buddy Wijnands het belang van groen samen. “Met hoogwaardige beplanting creëer je essentiële zaken als gezondheid, leefbaarheid, biodiversiteit, duurzame mobiliteit. Dankzij planten hoef je niet alles met techniek op te lossen: je kunt bijvoorbeeld wateroverlast voorkomen met ondergrondse infiltratiekoffers, maar ook met een gezonde bodem en wadi’s. Je kunt luchtreinigers in je pand aanbrengen, of planten. Dat inzicht moet van begin tot eind in het proces helder voor ogen staan.” Maxine Luger: “Beleggers, ontwikkelaars, assetmanagers: voor de partijen die in de opdrachtgeverrol zitten, is het besef essentieel dat je groen niet aan het eind erbij moet plakken, maar integraal moet meenemen in de projectontwikkeling.” Anne Marie van der Weide vult aan: “Denk hierbij ook aan beleidsmakers. Zij moeten zorgen voor de juiste toetsingskaders waardoor de ontwikkelaar zich ook daadwerkelijk houdt aan de ambities die van tevoren waren bepaald.” 

Niet zien als kostenpost

Dat gepland groen niet optimaal gerealiseerd wordt, heeft alles met geld te maken. “Maar het is nog veel duurder om te laat de juiste kennis in te schakelen, waardoor je iets realiseert dat niet werkt en later hersteld moet worden”, benadrukt Daan Grasveld. “We vergroenen natuurlijk om de stad leefbaar te houden. Groen heeft echter ook een monetaire waarde, want vastgoed wordt, bijvoorbeeld dankzij labels als BREEAM, LEED en WELL, meer waard.” Toch is ook tegenover de projectontwikkelaar leefbaarheid uiteindelijk het belangrijkste argument. Grasveld: “Wat is de waarde van vastgoed in een stad waar niemand wil wonen? Groen moet niet gezien worden als kostenpost, maar als een cruciale factor om toekomstbestendig te bouwen.”

Mindset

Op dit moment krijgt de masterclass zijn concrete invulling. “‘Van vastgoed naar leefgoed’ heeft als kerndoel om een fundamentele mindset-shift te bewerkstelligen bij de deelnemers, zodat groen vanaf het begin van het proces wordt meegenomen in het project’, legt Luger uit. “Het gaat bij groen niet alleen om de ‘zachte’, esthetische waarde maar nadrukkelijk ook om de ‘harde’ waarde: hoe draagt dit groen bij aan het systeem.” 

Nico Tillie: “Ook plantenkennis zal een rol in het curriculum krijgen. Omdat de deelnemers verschillende achtergronden en verschillende behoeftes hebben, denken we aan een structuur van keuzemodules voor verdieping.” Maarten Grasveld licht het verschil in behoeftes toe: “In diverse fases van een project is een vorm van plantenkennis noodzakelijk, bijvoorbeeld bij het ontwerpen, uitwerken en controleren van de plannen. Maar projectontwikkelaars hoeven die kennis niet zelf te hebben, zolang ze maar experts inhuren.” Bart Mispelblom Beyer vult aan: “Zonder kennis van planten kan de architect niet ontwerpen, net zoals dat niet gaat als je niets weet van constructies of installaties. Je moet basiskennis hebben van wat seizoenen voor groen betekenen, van irrigatie, van hoe bomen wortelen. Op dat niveau moet de generalist kennis hebben, de rest is aan de specialist. Het belangrijkst is dat de generalist genoeg weet om te beseffen wanneer er een specialist gebeld moet worden.”  

Motivatie verankeren

De locatie voor de bijeenkomsten zal de Hortus Botanicus in Delft zijn, de startdatum wordt nog bepaald. “Daarbij houden we rekening met de seizoenen”, zegt James Byng. “Als onderdeel van de cursus bezoeken we projecten. Die wil je kunnen bekijken als ze op hun mooist zijn.” Evelien de Mey: “We gaan naar geslaagde voorbeelden kijken, maar het is ook interessant om te zien waarom het bij bepaalde projecten niet gelukt is de ambitie tot uitvoering te brengen. Waar in het proces is het groen gesneuveld en hoe verschilt dat van de succesverhalen? Als landschapsarchitect kun je niet aan alle knoppen van het ontwikkelproces draaien (geld, focus, constructie, enzovoorts). Daardoor kan de uitvoering weleens een stuk minder ambitieus uitvallen dan het oorspronkelijke plan.”

Maarten Grasveld: “Om ervoor te zorgen dat het ontwerp ook echt wordt uitgevoerd, zou je de render contractueel moeten vastleggen. Daarbij hoort ook: we komen over tien jaar kijken of het is zoals afgesproken. Een overheid zou moeten handhaven op de render. Maar dat gebeurt vaak niet.” Mispelblom Beyer herkent dat: “Het groen is altijd de pineut als er bezuinigd moet worden. Je moet als ontwerper eigenlijk handhavers erbij halen als het groen sneuvelt. Dat zou niet nodig zijn als er intrinsieke motivatie is in het hele proces.” Wijnands: “Niemand is tegen groen, maar het besef zou dieper moeten doordringen dat groen waarde heeft en eigenlijk niet meer kost. De ambitie waar de projectontwikkelaar mee begint, kan door het hele proces overeind blijven als iedereen begrijpt waaróm. Die intrinsieke motivatie verankeren, dat is de basis van deze masterclass.”  

Gerelateerde artikelen

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Stuur ons een bericht

Wij gebruiken cookies. Daarmee analyseren we het gebruik van de website en verbeteren we het gebruiksgemak.

Details

Kunnen we je helpen met zoeken?

Bekijk alle resultaten