Bij Bio-Kultura en Kwekerij van Houtum houden we ons dagelijks bezig met planten, compost en de bodem. Met alles wat groeit, verteert, wortelt, krioelt en weer voeding wordt voor iets nieuws. Juist daarom weten we: de echte verandering in de groenbranche begint niet bij een product, een keurmerk of een beheerplan. Die begint bij verwondering.
Wanneer zijn we eigenlijk opgehouden ons te verbazen over natuur? Over een mol die onder een gazon verschijnt. Over luizen in een appelboom. Over een wespennest onder de dakrand. Over gras dat hoog mag worden en ineens vol leven blijkt te zitten. Over een stoeptegel waar een plantje tussenuit groeit.
Veel mensen zien dat niet als natuur, maar als overlast. De mol moet weg. De luis moet bestreden. Het wespennest moet worden verwijderd. Het gras moet kort. Het plantje tussen de tegels heet onkruid. En de tuin moet vooral netjes zijn. Dat woord, netjes, zit ons misschien wel het meest in de weg.
In de afgelopen decennia hebben we geleerd om natuur naar onze hand te zetten. Een tuin werd een verlengstuk van de woonkamer. Schoon, strak, controleerbaar. De bodem werd een substraat. Een plek waar planten in staan, niet een levend geheel waar bacteriën, schimmels, wormen, wortels, water en lucht met elkaar samenwerken. Een border werd een plaatje. Een gazon een tapijt. Afval moest in de groencontainer. Maar een tuin is geen showroom. Een tuin is een gemeenschap.
Onder onze voeten gebeurt voortdurend van alles. Planten wisselen stoffen uit met bodemleven. Wormen maken gangen. Schimmels verbinden. Blad wordt voedsel. Dood materiaal is geen rommel, maar het begin van nieuw leven. Wie alles opruimt, afvoert en gladstrijkt, haalt juist de kringloop uit zijn tuin.
Dat klinkt misschien als ecologische poëzie, maar het is vooral praktisch. Laat blad liggen. Gebruik snoeiafval als mulch. Maak een composthoop. Kies een houtsnipperpad in plaats van nog meer verharding. En durf soms niets te doen.
Juist dat laatste vinden we moeilijk. Niet ingrijpen voelt al snel als nalatigheid. Alsof een tuin pas goed beheerd wordt als er zichtbaar gewerkt is. Maar goed beheer is niet altijd maaien, knippen, spuiten, vegen of afvoeren. Goed beheer kan ook zijn: kijken, begrijpen en pas daarna beslissen.
Dat geldt voor particuliere tuinen, maar net zo goed voor de openbare ruimte. Gemeenten maaien minder, laten bermen langer staan en geven spontane vegetatie meer ruimte. Dat is winst. Maar als bewoners vervolgens alleen maar zien dat “de boel niet wordt bijgehouden”, missen we een cruciale schakel: uitleg. Zonder verhaal blijft ecologisch beheer voor veel mensen gewoon rommel.
Daar ligt een opdracht voor iedereen in de groenbranche. Niet alleen vergroenen, maar ook vertalen. Niet alleen planten leveren, maar betekenis geven. Niet alleen zeggen dat biodiversiteit belangrijk is, maar laten zien wat er leeft in dat hoge gras. De grote omslag die nodig is, is niet alleen technisch. Die is sociaal-maatschappelijk. Misschien zelfs filosofisch.
De toekomst van groen vraagt kennis, vakmanschap en goede producten. Zeker. Maar zonder verwondering blijft vergroening een project. Met verwondering wordt het cultuur.
Dus de volgende keer dat er een molshoop in het gazon ligt, haal dan even adem voordat de klem uit de schuur komt: misschien is het geen probleem, maar een compliment.