Platform voor de tuin- en groenprofessional
‘Natuur moet geen sluitpost zijn, maar het uitgangspunt’
Ruimte voor de Rivier: door waterveiligheid te combineren met natuurontwikkeling ontstond een sterker landschap en meer ruimte voor natuur.

‘Natuur moet geen sluitpost zijn, maar het uitgangspunt’

Interview ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

Wie biodiversiteit wil herstellen, moet verder kijken dan de grenzen van beschermde natuurgebieden. Juist in woonwijken, op bedrijventerreinen, langs wegen en in het landelijk gebied wordt bepaald hoeveel ruimte algemene soorten als de huismus, hommel en egel nog krijgen – en daarmee hoe gezond, klimaatbestendig en leefbaar onze omgeving blijft. Volgens Paul van der Eerden, programmamanager van Basiskwaliteit Natuur bij het ministerie van LVVN, moet natuur daarom vanaf het eerste ontwerp onderdeel zijn van ruimtelijke plannen, in plaats van achteraf als groene aankleding te worden toegevoegd. In dit interview vertelt hij waarom groen essentiële infrastructuur is, hoe we de stap van ambitie naar uitvoering kunnen maken en waarom biodiversiteit een vaste plek verdient in ontwerp, aanbesteding, aanleg én beheer.

‘Natuur moet geen sluitpost zijn, maar het uitgangspunt’ 1

De aandacht voor biodiversiteit richt zich vaak op Natura 2000-gebieden en beschermde soorten. Waarom is het volgens u minstens zo belangrijk om juist de kwaliteit van de alledaagse leefomgeving te verbeteren? “Natuur is niet alleen belangrijk in natuurgebieden. Juist in onze dagelijkse leefomgeving merken we wat natuur ons oplevert. Bomen zorgen voor verkoeling op warme dagen, groen helpt wateroverlast te beperken en een gezonde bodem houdt beter water vast in droge periodes. Natuur biedt ruimte om te ontspannen, elkaar te ontmoeten en van de omgeving te genieten.

Daarnaast levert natuur allerlei praktische voordelen op. Insecten bestuiven gewassen, vogels en andere dieren helpen plagen onder controle te houden en een groene omgeving draagt bij aan onze gezondheid en leefbaarheid. Maar die natuur staat onder druk. Ook algemene soorten zoals de egel, huismus en verschillende vlinders gaan achteruit.

Daarom werkt het ministerie samen met provincies, gemeenten, waterschappen en maatschappelijke organisaties aan een natuurinclusieve samenleving via Basiskwaliteit Natuur. Het doel is dat natuur niet iets bijzonders is dat alleen in beschermde gebieden voorkomt, maar een vanzelfsprekend onderdeel van onze woonwijken, bedrijventerreinen en het landelijk gebied. Zodat ook in de toekomst overal in Nederland een groene en gezonde leefomgeving vanzelfsprekend is.”

Het programma Basis Kwaliteit Natuur draait om het versterken van algemene soorten. Waarom is dat misschien wel belangrijker dan veel mensen denken? “Omdat juist die algemene soorten onze leefomgeving herkenbaar en gezond maken. Veel mensen staan er niet bij stil, maar soorten als de huismus, merel en hommel gaan achteruit. Dat zegt veel over de kwaliteit van onze omgeving.

Met Basiskwaliteit Natuur willen we ervoor zorgen dat natuur weer een vanzelfsprekend onderdeel wordt van woonwijken, landbouwgebieden en bedrijventerreinen. Dat betekent dat natuur niet achteraf wordt toegevoegd, maar vanaf het begin wordt meegenomen in plannen en ontwerpen. In de praktijk gaat het om slimme keuzes: ecologisch maaibeheer, groener ingerichte buurten, klimaatmaatregelen met aandacht voor natuur en het vroeg meenemen van biodiversiteit in ruimtelijke planning. Zo ontstaat een leefomgeving waarin ook soorten als de egel, hommel en het madeliefje weer meer ruimte krijgen.”

Is biodiversiteit volgens u een natuurvraagstuk of inmiddels vooral een ruimtelijke opgave? “Allebei. Natuur speelt een belangrijke rol in onze gezondheid, voedselvoorziening en leefomgeving. Daarom moet biodiversiteit niet achteraf worden toegevoegd, maar vanaf het begin worden meegenomen in ruimtelijke ontwikkelingen. Of het nu gaat om woningbouw, infrastructuur of de herinrichting van een gebied: als je natuur vroeg meeneemt in het ontwerp, voorkom je problemen later en maak je plannen beter en toekomstbestendiger. Dat kan heel concreet zijn, bijvoorbeeld door in een nieuwbouwwijk groen en water zo te ontwerpen dat ze leefgebieden met elkaar verbinden, of door bij kabels en leidingen al rekening te houden met waar bomen kunnen groeien.

Door natuur in een vroeg stadium mee te nemen in de ruimtelijke planning, voorkom je ook dat er achteraf grote compensatieopgaven ontstaan of dat vergunningverlening vertraging oploopt.”

Veel ecologen zeggen dat natuur niet ophoudt bij de grens van een natuurgebied. Wat betekent dat concreet voor steden, bedrijventerreinen, infrastructuur en landbouwgebieden? “Dat natuur overal een plek verdient. Een bedrijventerrein kan ruimte bieden aan bomen en bloemen. Wegen kunnen leefgebieden met elkaar verbinden. Woonwijken kunnen groener worden ingericht en landbouwgebieden kunnen bijdragen aan biodiversiteit. Door natuur slim te combineren met andere functies ontstaat een leefomgeving die sterker, gezonder en aantrekkelijker is.”

Moeten we stoppen met denken in losse natuurgebieden en veel meer gaan denken in ecologische netwerken die door heel Nederland lopen? “Beschermde natuurgebieden blijven onmisbaar. Daar krijgen kwetsbare soorten en bijzondere natuur de ruimte die ze nodig hebben. Maar alleen die gebieden zijn niet genoeg. Natuur werkt beter als gebieden met elkaar verbonden zijn. Dieren en planten moeten zich kunnen verplaatsen om zich te verspreiden en gezond te blijven. Door die verbindingen te versterken ontstaat een sterker en veerkrachtiger natuurnetwerk, dat beter bestand is tegen veranderingen.

Die verbindingen zijn ook goed voor mensen. Ze dragen bij aan bestuiving van gewassen, maken het landschap aantrekkelijker om in te recreëren en helpen om streekeigen landschappen te behouden. Denk aan het kleinschalige coulisselandschap in de Achterhoek of de open veenweiden met sloten en weidse uitzichten. Zo versterken natuur en landschap elkaar.”

Welke rol ziet het ministerie voor gemeenten en provincies? Kunnen zij het verschil maken of is landelijke regie noodzakelijk? “Beide zijn nodig. Het Rijk zorgt voor de landelijke koers, maar provincies, gemeenten en waterschappen maken het uiteindelijk zichtbaar in de praktijk. Daarom werken we nauw samen. In iedere provincie lopen pilots waarin overheden samen zoeken naar manieren om natuur sterker onderdeel te maken van de leefomgeving.”

Groen wordt nog vaak gezien als aankleding van de openbare ruimte. Wanneer wordt het eindelijk beschouwd als essentiële infrastructuur voor gezondheid, klimaatadaptatie en leefbaarheid? Die omslag is eigenlijk al begonnen. Veel gemeenten zien groen inmiddels als een investering in gezondheid, klimaatbestendigheid en leefbaarheid. De uitdaging zit vooral in de uitvoering: hoe richt je een gebied zo in dat groen daadwerkelijk bijdraagt aan verkoeling, wateropvang en biodiversiteit? Programma’s zoals Basiskwaliteit Natuur helpen daarbij.”

‘Natuur moet geen sluitpost zijn, maar het uitgangspunt’ 2
Het Fochteloërveen in Drenthe.

Hoe kunnen ecosysteemdiensten – zoals verkoeling, waterberging, bestuiving en gezondheid – beter worden meegenomen in maatschappelijke kosten-batenanalyses? Door breder te kijken dan alleen de aanlegkosten. Groen levert veel waarde op: minder hittestress, minder wateroverlast, gezondere inwoners en betere leefomstandigheden voor planten en dieren.

Als die baten beter worden meegewogen, wordt ook duidelijker dat investeren in natuur vaak een investering is die zichzelf terugverdient. Iedere investering in natuur levert er ook weer 8 euro op, dus daarom is het slim om te investeren in groen. Het is belangrijk dat we dat blijven benadrukken.” 

Welke fouten ziet u momenteel het vaakst bij ontwerp, aanleg en beheer van groenvoorzieningen? “We richten groen nog vaak in volgens het principe van kort, strak en netjes. Veel gazons worden intensief gemaaid, bladeren verdwijnen direct en struiken ontbreken regelmatig.

Juist variatie maakt een gebied aantrekkelijk voor planten en dieren. Daarnaast is goed beheer belangrijk. Ecologisch groenbeheer werkt alleen als het op het juiste moment en op de juiste manier wordt uitgevoerd. Daarom is het belangrijk dat dit echt onderdeel wordt van de praktijk. Dat in aanbestedingen en opdrachten voor aanleg en onderhoud duidelijke afspraken worden gemaakt over de ecologische kwaliteit die groen moet leveren”.

Hoe voorkomen we dat biodiversiteit een ambitie op papier blijft en daadwerkelijk wordt vertaald naar beheer en onderhoud?

Door biodiversiteit concreet onderdeel te maken van opdrachten, aanbestedingen en beheerplannen. Daarom ondersteunen we een inkoopgroep waarin opdrachtgevers en uitvoerders samenwerken aan groenbeheer dat aantoonbaar bijdraagt aan natuurkwaliteit.”

‘Natuur moet geen sluitpost zijn, maar het uitgangspunt’ 3
‘Dieren en planten moeten zich kunnen verplaatsen om zich te verspreiden en gezond te blijven.’

Welke voorbeelden uit de praktijk laten volgens u zien dat ecologie en ruimtelijke ontwikkeling elkaar juist kunnen versterken? “Die voorbeelden zijn er volop. Ruimte voor de Rivier is daarvan misschien wel het bekendste voorbeeld. Door waterveiligheid te combineren met natuurontwikkeling ontstond een sterker landschap en meer ruimte voor natuur. Ook in woningbouw zien we mooie voorbeelden, zoals natuurinclusieve woonwijken waarin groen, water en biodiversiteit vanaf het begin onderdeel zijn van het ontwerp.

Daarnaast zijn er concrete projecten zoals Maanwijk in Leusden, waar natuurinclusief bouwen het uitgangspunt is geweest, en initiatieven als Park in de Stad in Breda en Rotterdam, waar groen en stedelijke ontwikkeling hand in hand gaan. In Amersfoort wordt bovendien gewerkt met een gidssoortenaanpak om de kwaliteit van natuur structureel mee te wegen in ruimtelijke projecten.”

Het Planbureau voor de Leefomgeving wijst er regelmatig op dat veel beleidsdoelen ambitieus zijn, maar dat de uitvoering achterblijft. Wat moet er fundamenteel veranderen om deze kloof te dichten?

“De sleutel ligt in uitvoering. Biodiversiteit moet niet pas aan bod komen als plannen al klaar zijn, maar vanaf het begin worden meegenomen.

Daarnaast moeten ontwerp, beheer en aanbestedingen beter aansluiten op de doelen die we willen bereiken.” Stel dat u één beslissing zou mogen nemen waardoor Nederland over tien jaar aantoonbaar biodiverser is. Welke maatregel zou dat zijn en waarom? “Ik zou ervoor kiezen om natuurkwaliteit standaard mee te nemen bij alle ruimtelijke ontwikkelingen. Dan benut je elk project – van woningbouw tot infrastructuur – om de biodiversiteit te versterken. Juist omdat natuur overal voorkomt, kunnen we op die manier op grote schaal verschil maken.”  

Gerelateerde artikelen

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Stuur ons een bericht

Wij gebruiken cookies. Daarmee analyseren we het gebruik van de website en verbeteren we het gebruiksgemak.

Details

Kunnen we je helpen met zoeken?

Bekijk alle resultaten