Platform voor de tuin- en groenprofessional
Gidssoorten maken ruimtelijke keuzes concreter
De gidssoorten op de lijst horen bij de vier landschappen van Amersfoort. Heiligenbergerbeek: de grens tussen Gelderse Vallei en Utrechtse Heuvelrug.

Gidssoorten maken ruimtelijke keuzes concreter

Amersfoort

Hoe vertaal je ecologische doelen in concrete richtlijnen voor het gemeentelijk groenbeleid? Gemeente Amersfoort werkt daarvoor met 33 gidssoorten. Ontwikkelaars kiezen daarvan een aantal en verplichten zich om hun project volledig in te richten voor deze soorten. “Het is geen cherrypicking”, zegt stadsecoloog Gideon Vreeman.

“Voor parkeer- en speelplekken zijn er duidelijke richtlijnen in de stad, maar voor ecologie waren die richtlijnen veel vager”, vertelt Gideon Vreeman, stadsecoloog van Amersfoort. “De richtlijnen kwamen meestal neer op ‘gevarieerd groen’. Maar als je wil dat ecologie net zo zwaar kan worden meegewogen in ruimtelijke ontwikkelingen in en om de stad, dan moet je zorgen voor een concrete ecologische norm. We hebben daarom een lijst met gidssoorten ontwikkeld.”

Gidssoorten

Op de lijst staan 33 soorten – het getal is een knipoog naar het netnummer van Amersfoort – die staan voor de kwaliteit en kwantiteit van de ecologische inrichting en beheer van de fysieke leefomgeving. “Daarbij zijn we uitgegaan van de Basiskwaliteit Natuur. De BKN heeft als doel om algemene soorten algemeen te laten blijven en is gericht op natuur buiten natuurgebieden, zoals in dit geval dus de stad.” De dieren en muurplanten op de lijst horen bij de vier landschappen van Amersfoort. De stad grenst aan de Utrechtse Heuvelrug aan de zuidkant, aan de Gelderse Vallei aan de oostkant en aan het Eemland in het noordwesten; de stad als soort rots is het vierde landschap. Vreeman: “De gidssoorten zijn verdeeld over de landschappen en verdeeld in vier schaalniveaus: buitengebied, wijk, straat en gebouwd element. Per landschap en niveau geven we aan welke gidssoorten erbij horen, zoals een ree in het buitengebied, een ijsvogel op wijkniveau, een egel in de straat, een huismus bij de woning.”

Gidssoorten maken ruimtelijke keuzes concreter 1

Door de ogen van het dier

De gemeente geeft de lijst mee als één van de uitgangspunten voor de inrichting van een gebied, ook bij eigen projecten. “Bij ruimtelijke keuzes moet je gaan kijken door de ogen van het dier”, licht Vreeman toe. “Een dier heeft bepaalde basisbenodigdheden, de vier v’s: voedsel, verblijfplaatsen, veiligheid en verbinding. Om de condities voor de gidssoorten concreet te maken, hebben we infobladen gemaakt met de v’s per soort. Daarbij hebben we landelijke experts zoals de Vlinderstichting en de Zoogdierenvereniging betrokken bij die infobladen. We hebben ernaar gestreefd alles zo kwantitatief mogelijk in te vullen: wat heeft het dier precies nodig in meters, in afstanden, in landschapselementen?” 

Voorwaarden scheppen

Als je alles inricht voor bijvoorbeeld een otter, komt die dan ook? “Een gidssoort is geen doelsoort”, benadrukt Vreeman. “De gidssoort staat model voor de kwaliteit die je wil. Je wil de condities creëren waaronder de genoemde gidssoort kan gedijen. In de praktijk profiteren veel andere soorten ook van die condities. Bij beleid gaat het om de vraag aan welke knoppen we kunnen draaien. Wat wij kunnen doen, is de voorwaarden scheppen voor de natuur, in ruimte en in kwaliteit. Zijn de juiste condities er, dan kan de natuur het verder zelf doen.” 

Tool voor ontwerpers

Bij de lijst hoort een leidraad voor ontwikkelaars en ontwerpers. “Zij kunnen ons stappenplan doorlopen om te bepalen hoeveel soorten ze minimaal moeten kiezen. Dat aantal is afhankelijk van de grote en ligging van hun project. Er is dus vrijheid om er op eigen manier invulling aan te geven. Maar: als je een soort kiest, moet je alle voorwaarden in je plan integreren. Het is geen cherrypicking van wat je uitkomt, het gaat erom dat je een samenhangend systeem maakt. Kies je de huismus, dan moet je niet alleen nestkasten aanbrengen maar ook zorgen voor dekking van struiken en klimplanten, en een foerageergebied met vluchtplekken. Het groen dat voor de veiligheid van de mus zorgt, hoeft dan weer niet inheems te zijn, zolang het maar wintergroen is. Zo reik je ontwerpers de tools aan om het goed te doen.”

Ecologische wind

“We werken nu aan een leidraad voor het beheer”, vervolgt hij. “Dit vraagt een andere manier van denken van beheerders. We willen ze stimuleren om meer vanuit dieren te denken dan vanuit de eenheden die ze beheren, dus meer in systemen en vanuit de interactie tussen groendelen.” Dat is een grote verandering, ziet Vreeman. “We zijn gewend om op een bepaalde manier te werken bij de gemeente en natuurlijk is het dan een uitdaging om te veranderen, ook vanwege de praktische en financiële kant. Maar mensen staan ervoor open, er waait een ecologische wind. Als je het zo concreet maakt met gidssoorten, dan weet je met elkaar waar je het over hebt en waarvoor je het doet. Het beleid is hiermee ook goed richting bewoners uit te leggen. Dat was een van de redenen om te kiezen voor aansprekende en herkenbare soorten.”

Niet vrijblijvend

“We zitten in een langzame transitie, een transitie die gaat over ander beleid, ander beheer en wennen aan een ander beeld. Groen in de stad mag natuurlijker zijn. Tegenover ontwikkelaars schets ik altijd een ideaalbeeld van vlinders boven het gras, kwetterende huismussen in de dakrand, een scharrelende egel in de tuin. Dat wil iedereen. Maar die wens is niet vrijblijvend. Als je die beleving wil hebben, moet je eerst aan de voorwaarden voldoen. Natuurbeleving zonder de voorwaarden te creëren kan niet.”

De lijst met 33 gidssoorten is te raadplegen via: www.hetgroenehuisamersfoort.nl/amersfoortse-gidssoorten

Gerelateerde artikelen

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Stuur ons een bericht

Wij gebruiken cookies. Daarmee analyseren we het gebruik van de website en verbeteren we het gebruiksgemak.

Details

Kunnen we je helpen met zoeken?

Bekijk alle resultaten